
Het Verdwaalde Rolschaatsmeisje
Author: Ben C. O. Grimm Title: Het Verdwaalde Rolschaatsmeisje Published: 4 August 1995
|
Het Verdwaalde Rolschaatsmeisje
Bedremmeld keek Het Meisje om zich heen. In de verte, door de bomen die hun volle bladerdak aan het oog opdrongen, pronkend, arrogant, kon zij nog net de verre lichten van de stad ontwaren. Maar wat graag wilde zij zich in die richting begeven, doch een streng, ondoordringbaar hek stelde zich voor haar op. Zij trapte er eens mismoedig tegen. De wieltjes onder haar skate rolden morrend na, als in mineur, om zich te conformeren aan haar beklemd gemoed. Zij draaide zich om, naar het duister van het dreigende bos. De bomenwand was overweldigend en massief. Een zwaar, angstaanjagend geluid zwol aan, eerst nog in de verte, maar al sneller en sneller naderend. Zij voelde dat het gedreun vanuit de lucht zich voortzette in haar onderbuik. Instinctief zakte zij op een knie, de handen op het hoofd, de buik beschermd gevouwen in haar schoot. Het geweld hield aan, werd allengs meer en meer fysiek. Met moeite getroostte zij zich een blik omhoog, doodsbenauwd, maar toch nieuwsgierig naar hetgeen haar leek te gaan vernietigen. Wat zij daar zag hield haar blik gevangen. Hoezeer zij ook wilde wegkijken, wilde negeren wat haar, letterlijk, boven het hoofd hing, zij kon niet. Haar pupillen, zwart en wijdopen van pure angst, vingen, als een fotolens op maximale sluitertijd, elk detail op. Zij kon niet anders dan haar handen tegen haar oren drukken. Haar trommelvliezen stonden op scheuren. De lucht werd door het geraas en gedonder uit haar longen gestoten. Zwaar ademend, zuchtend, soms zacht kermend, zag zij, net boven de boomtoppen, die bogen onder het aanzuigend lawaai, een monsterachtig groot object op haar afkomen. In de verwarring ontwaarde zij flitsende lichten, die fel afstaken tegen de waterige nieuwe maan, daar vlak boven. Even dacht zij: "Daar gaat de Bijlmer weer", maar gelukkig, het was maar een UFO. Plotseling hield het geraas boven haar op. Ze nam haar handen van haar oren en ze krabbelde, met haar ellebogen achter haar rug op de vochtige bosbodem, achteruit, als een spin naar de rand van het web. De UFO bracht nu een zacht zoemend geluid voort, terwijl hij langzaam daalde. Het Meisje voelde een warme luchtstroom, die haar de haren uit het bezwete gelaat veegde. Haar instinctieve neiging tot vluchten werd vervangen door een grenzeloze fascinatie, een bijna fysieke aantrekkingskracht tot het naderende object, dat nog maar enkele meters van haar verwijderd was, en dat zich nu geruisloos neervlijde op de bodem van het bos. Een ritselend geluid achter haar rug doorbrak de fascinatie een moment. Snel keek zij om. Ze zag nog net een aantal konijnen in paniek de struiken inglippen. Een vleermuis vloog, angstig piepend, vlak boven haar hoofd voorbij. Verbeeldde zij het zich, of kon ze echt het kleine hondegezichtje van de vleermuis ontwaren, geholpen door het op scherp staan van al haar zinnen? De gedachte verliet haar meteen weer, want zij *moest* kijken naar het verbazingwekkende schouwspel, zo dichtbij haar. Het werd plotseling stil in het bos. De uil, die zij tot voor kort nog had gehoord, was nergens meer te bekennen. Eerder was zij nog geschrokken door diens ongemeen felle ogen, die het licht van de nabije bouwplaats reflecteerden. De schrik werd nog verhoogd door een gelijktijdig "HOE!" vanuit de boom waarin de uil zich verdekt had opgesteld. Niets was er meer om haar heen, geen mensen, geen dieren. Zij was alleen met dit duistere object, dat een vorm bezat die zij nog nooit eerder had waargenomen. Haar adem stokte toen haar een fel licht in het gelaat scheen. De lichtbundel werd groter en groter. Toen ze haar oogleden samenkneep zag Het Meisje dat het licht voortkwam uit een langzaam openschuivend luik in de zijwand van het object. Plots verscheen er een zwarte gestalte in de opening. Haar hart sloeg een slag over. Een wilde reeks gedachten schoot haar door het hoofd. Hoe vaak had ze niet gegniffeld bij het lezen van al die fantastische verhalen over ontvoeringen door UFO's? Was dit haar straf, haar persoonlijke boetedoening voor al die jaren scepsis en niet willen geloven? Toch voelde zij geen angst meer. De zwarte gestalte, die uit de UFO leek te zweven, was ontzagwekkend, maar zij voelde een vreemd vertrouwen, een onberedeneerbare nabijheid tot die verschijning. Dit gevoel werd zelfs zo sterk, dat zij de behoefte voelde om op te staan en dit enigmatische wezen tegemoet te treden. Zij ontmoetten elkaar precies halverwege de UFO en de plek waar zij eerst, gevouwen over haar angst, op de grond had gezeten. Toch nog verschrikt deinsde zij achteruit toen de zwarte verschijning een bulderend en krakend "NAGORNO!! KARABACH!!!" voortbracht. Zij werd echter meteen gerustgesteld door een universeel gebaar van verontschuldiging. Verbaasd keek zij toe hoe deze vreemdeling aan een knopje op zijn borstschild draaide. Zij moest er bijna van giechelen. Hij was toch niet het volume ...? Maar jawel, de volgende zin kwam er in een aangenaam donkere tenor uit: "Nagorno Karabach". Haar gezicht was een groot vraagteken. Nagorno Karabach? Het klonk haar vaag bekend in de oren, maar de omstandigheden waren er niet naar om er een encyclopedie op na te slaan. De vreemdeling zag haar verbazing. Wederom maakte hij enige aanpassingen op zijn borst. Na een hoorbare druk op een knop, die een zacht 'bliep' voortbracht, richtte de zwarte verschijning zich opnieuw tot haar: "Meine intergalaktischen Entschuldigungen", ving zij op. Het Meisje, nu alle schaamte voorbij en in een aangename staat van meligheid, antwoordde hem met: "This is Holland, man!!". De vreemdeling was nu zichtbaar in de war gebracht. Onbeholpen draaide hij aan een reeks knopjes, kennelijk op zoek naar de juiste frequentie om met deze brutale aardebewoonster te kunnen communiceren. Het Meisje begreep het al snel. Het mengpaneel op de borst van de bezoeker bleek niet uitgerust met een systeem dat Engelse zinnen met een Nederlandse omgeving kon rijmen. Behulpzaam voegde zij hem toe: "Dikke van Dale". Het gezicht van haar gespreksgenoot klaarde zichtbaar op. Met een snelle beweging toetste hij een reeks knopjes in. Vol verwachting keek het Meisje hem aan. Wat zou er nu gaan komen? "Ik ben Zoab," zei de verschijning, "en ik kom je helpen". Het Meisje kreeg niet meer de gelegenheid hem te antwoorden. Voor ze wist wat haar overkwam werd ze door sterke armen opgetild. Gezamenlijk zweefden ze naar de ingang van het ruimteschip. Binnen was het aangenaam koel. Maar alles ging veel te snel om het interieur op te nemen. De bezoeker zette haar op een klein verhoogd podium, alwaar zij in een lichtstraal werd gevangen. Net voordat zij het bewustzijn verloor hoorde ze hem nog zeggen: "Breng mijn respect over aan Ben. Hij heeft mij gevraagd je te helpen en ik gehoorzaam hem zonder wedervraag". Ze ontwaakte weer op warm, glad asfalt. Aan haar voeten ontwaarde zij prachtige, goudkleurige rolschaatsen. Deze brachten haar, zonder enige inspanning, met een zachtzoevend geluid terug naar de wachtende stad. © Ben C. O. Grimm |