
Ricardo en de Kuip
Author: Ben C. O. Grimm Title: Ricardo en de Kuip Published: 14 November 1997 Newsgroups: nl.sport.voetbal
|
Ricardo en de Kuip
'Ricardo!' Ricardo stond even besluiteloos bij de buitendeur naar de auto te kijken. Zijn vader gebaarde van achter het glas dat hij voort moest maken. Even wilde hij het op een rennen zetten om snel op de achterbank te ploffen en zich onzichtbaar te maken. Maar daar riep zijn moeder alweer. Ricardo stak eventjes demonstratief zijn vinger naar binnen om zijn vader duidelijk te maken dat hij nog even naar binnen moest. Zijn vader knikte ten teken dat hij het begreep en blikte vervolgens op zijn horloge. Ricardo draaide zich op zijn hakken om en rende de gang door naar de keuken, waar zijn moeder reeds op de hurken gezeten op hem wachtte. Ze schikte Ricardo's sjaal nog eens goed om zijn hals, trok de rits van zijn jack zo ver mogelijk naar boven en controleerde of de veters van zijn gymschoenen goed gestrikt waren. Tenslotte schikte ze zijn wollen muts. 'Zo zit het goed,' zei ze tenslotte. 'En denk erom, he? Hou pappa's hand goed vast en hou je jas dicht. Het is hartstikke koud. Ik maak wat erwtensoep voor als jullie terugkomen.' De dikke smakkerd op zijn wang nam hij voor lief, net als het tikje op zijn bil toen hij zich had omgedraaid om weer naar buiten te rennen. 'Veel plezier!' galmde het nog achter hem aan toen hij de buitendeur achter zich dichttrok. Net had hij met de nodige moeite de passagiersstoel naar voren geklapt om vervolgens achterin te gaan zitten toen zijn vader, met een stem die het timbre van de trotse pa verried, tegen hem zei dat hij voorin mocht gaan zitten. Ricardo, reeds met een knie op de achterbank, keek hem verbaasd aan. Zijn vader glimlachte en maakte een verontschuldigend gebaar. 'Je bent tenslotte gisteren al acht geworden. Je bent een grote knul, en grote knullen mogen voorin zitten. Zeker als we naar het voetballen gaan.' Ricardo kon een opgewonden kreetje maar moeilijk onderdrukken en wurmde zich gehaast achteruit, waarbij hij achter de dorpel bleef haken en plat op zijn gat op de straat belandde. Ze moesten er allebei hard om lachen. Het was wel even wennen voor Ricardo. Hij was eraan gewend geraakt om met de ellebogen op de hoedenplank tussen de kleine op de achterruit geplakte tenues van Feyenoord door - links het thuistenue, rechts het uit-tenue - naar het verkeer achter de auto te kijken en soms te zwaaien naar voorbijgangers. Nu zat hij met zijn benen te trappelen en had hij een gordel voor zijn buik. Soms moest hij zich met zijn handen een stukje opduwen om over het dashboard te kunnen kijken. Maar het kon hem niet schelen. Voorin mogen zitten in de auto en een grote knul genoemd worden, dat was toch heel wat. Hij keek eens opzij naar zijn vader, die achteloos met een shaggie in zijn mond door het drukke verkeer manoeuvreerde en van alles uithaalde met pedalen, stuur, pook en radioknoppen. Vanuit de autoradio weerklonk plots geluid: 'Radio Rijnmond ... Sport. Met Hans van Vliet'. Een enthousiaste stem klonk uit de speakers. Deze verhaalde van 'een geweldige sfeer in een Kuip die nu al voor de helft gevuld is met een publiek dat er duidelijk zin in heeft.' Pas toen zijn vader zei dat zij daar zometeen bij zouden zitten begon het weer tot hem door te dringen dat ze naar de Kuip gingen. Naar Feyenoord. Voor de eerste keer naar het voetballen, voor zijn achtste verjaardag. En hoewel hij zich een grote knul voelde begon hij toch onwillekeurig te trillen. De rest van de rit keek hij stilletjes voor zich uit. Hij kwam weer een beetje bij zijn positieven toen het plotseling koud werd in de auto. Zijn vader had het raam opengedraaid en hield een stuk papier buiten de auto. Een man met een felgele hes boog zich even naar het papier, bromde 'In orde' en wees naar rechts. Toen de man met de hes uit beeld verdween zag Ricardo voor zijn vader langs een imposant bouwwerk, waar horden mensen voor heen en weer liepen. Hij bukte zich een beetje om wat meer naar boven te kunnen kijken. Zijn blik kwam tot halverwege de lichtmast. Toen ging de auto naar rechts en zag hij alleen nog een grasveldje met een hek eromheen. Hij kon een lichte teleurstelling niet onderdrukken. Was het hier? Gingen ze op dit veldje voetballen? Maar waar gingen al die mensen dan heen? De motor zweeg. Ricardo's vader maakte de gordels los en gebaarde naar Ricardo dat hij uit moest stappen en het portier achter zich moest sluiten. Hij keek nog even hoe zijn vader het portierknopje indrukte en richtte zich vervolgens op. Hij was meteen verbluft door het gigantische gebouw en de metershoge trappen aan de buitenkant. En die lichtmasten! Zo hoog! En wat een lampen! Nog amper van de verbazing bekomen voelde hij hoe hij bij zijn hand werd gepakt. Er wapperde een papiertje voor zijn gezicht. 'Hier. Pak beet. Je kaartje. Goed beethouden, hoor, anders mag je er niet in.' Ze liepen langs het grasveld naar het grote gebouw toe. Ricardo keek omhoog naar zijn vader en vroeg: 'Waar gaan we nou heen? Het is toch hier?' Zijn vader keek hem niet-begrijpend aan en volgde vervolgens Ricardo's uitgestrekte arm. 'Hier? Nee joh, dit is het trainingsveld. Het grote veld is binnen.' Een paar seconden later liepen ze tussen honderden mensen in. Ricardo kneep nog harder in zijn vaders hand en zuchtte nerveus. Bij de ingang raakte hij even in paniek. Hij moest zijn kaartje door een gleuf in een loket aan een meneer geven en kreeg het even later weer terug. 'Lopen maar, joh', bromde zijn vader. Het enige wat Ricardo zag was een groot draaihek voor zich. Daar kon hij toch niet doorheen? Hij bleef besluiteloos staan, tot zijn vader hem naar voren duwde, tegen het draaihek aan. 'Zo,' hoorde hij achter zich, 'en nu duwen'. Tot zijn verbazing gaf het hek mee en stond hij er ineens achter. Weer een meneer in een gele hes. Deze gebaarde dat hij naar hem toe moest komen. Maar dat durfde Ricardo niet zomaar. Wat had zijn moeder net gezegd? Dat-ie bij pappa moest blijven. Hij draaide zich om en zag zijn vader net door hetzelfde hek komen. Gauw pakte hij zijn hand. 'Kom maar, jongen', zei zijn vader, en ze liepen op de gele hes af. 'Nu gaat deze meneer even voelen of we geen rare dingen mee naar binnen nemen.' De gele hes speelde het spelletje mee en voelde wat aan Ricardo's armen en benen. Quasi-streng keek hij hem aan. 'Geen vuurwerk bij je, he?' Ricardo schudde 'nee', zo hard als hij kon. Hij keek nog even toe hoe zijn vader werd gefouilleerd. Gezamenlijk liepen ze naar een grote opening in de wand van het stadion. Nadat ze hun kaartjes hadden laten zien aan nog meer gele hesjes kwamen ze in een grote hal met een standbeeld van een voetballer terecht. Aan de rechterkant was een glazen wand. Hij had nog nooit zo veel mensen bij elkaar gezien. 'Hier gaan we even wat te drinken halen,' zei zijn vader. Het was er warm en rokerig. Beduusd door het kabaal van honderden pratende mensen volgde hij zijn vader, helemaal naar de achterkant van de zaal. Even later had hij een grote papieren beker cola in zijn handen en liepen ze weer terug, maar nu wat meer naar rechts. Zijn vader stond stil. Ricardo keek omhoog en stond meteen met zijn mond wijd open bij het aanschouwen van al die sjaals, petten, shirts, broeken, sokken en wat al niet meer. Zijn vader tilde hem op en nam hem op de arm. 'Heb je ook maatje small van die handschoenen?' vroeg deze aan een man achter de toonbank. Een minuut later had Ricardo een paar kleurige handschoenen aan, elk met het logo van Feyenoord erop. Toen hij weer op de grond stond kon hij zijn ogen er bijna niet vanaf houden. 'En nu gaan we echt naar binnen', zei zijn vader. Hij gaf hem gauw weer een hand. Toen ze door de tweede wand liepen hield Ricardo zijn adem in. Op een enorm bouwsel, recht voor zijn neus, zag hij de ruggen van ontelbaar veel mensen op een tribune. Door het gat van de tribunetrap zag hij - het leek wel een kilometer verderop - een enorme wand oprijzen, met nog veel meer mensen erop. En toen zag hij het gras. Het groenste gras dat hij ooit gezien had. Het veld! Heel langzaam drong het geluid tot hem door. Van links en rechts rolden golven van gezang, gejuich en gejoel over zijn hoofd. Hij keek rond, sprakeloos, ongelovig en diep onder de indruk. Toen hij zijn vader in zijn hand voelde knijpen keek hij opzij. Blakend van trots en emotie keek deze op hem neer. Hij had al die tijd naar het gezicht van zijn zoon staan kijken, en herkende het gevoel van totale ontreddering dat hij, dertig jaar geleden, op precies dezelfde plaats had gevoeld. 'Het is jammer dat opa er niet meer bij kan zijn', fluisterde zijn vader zacht. 'Kom.' Ze liepen op een metalen trap af. 'Nog even je kaartje aan deze meneer laten zien', hoorde hij boven zich. Ricardo wist niet wat hem na dit alles nog te wachten zou staan. Het leek wel een droom. Net was hij nog thuis, en nu liep hij hier rond, in een vreemde wereld vol geluid dat van alle kanten leek te komen en drommen onbekende mensen. Maar toen hij bovenaan de metalen trap was aangekomen keek hij verbluft omhoog. Een oneindige rode betonnen trap strekte zich voor hem uit. Links en rechts ervan zaten ontstellend veel mensen in een aaneenschakeling van bonte kleuren. Stilletjes volgde hij zijn vader. Hij hield zich stevig vast, want hij had het gevoel dat hij elk moment zijn evenwicht kon verliezen bij de steile klim. Ze schoven voorzichtig tussen de knieën door een rij in en vonden twee lege plaatsen naast elkaar. Ricardo werd door zijn vader op een stoel getild. Toen zijn vader opzij stapte was de droom compleet. Een ovalen paleis met een egale, knalgroene mat in het midden en mensen, mensen, mensen ... zover het oog reikte. Hij keek links, hij keek rechts, hij keek naar de overkant. Van alle kanten stormde het geluid op hem af. Rechts van hem stonden duizenden mensen te springen, te schreeuwen en te zwaaien met rood-witte en groene sjaals, vlaggen en petten. Plotseling hoorde hij dat al het kabaal zich verenigde tot hetzelfde geluid: ' ... wat je hoort ... het lied van Feyenoord ...' en toen barstte het van alle kanten tegelijk los. 'Hand in hand, kameraden, hand in hand, voor Feyenoord 1, geen woorden, maar daden, leve Feyenoord 1!'. Ricardo liet het allemaal over zich heenkomen. De spetterharde muziek uit de luidsprekers, het ritmische handgeklap met 'Feyenoord!' erachteraan, alles. Hij merkte na enige tijd dat er helemaal van de andere kant van het stadion een heel ander geluid te horen was. De kleuren waren er ook heel anders. 'Wat is dat?' vroeg hij zijn vader, en hij wees naar de korte zijde aan de andere kant. 'Dat zijn de supporters van de tegenpartij. Die zitten daar altijd bij elkaar. Die komen om hun eigen club aan te moedigen'. Net toen hij wilde vragen welke club dat was zweeg plotseling de muziek en weerklonk er een luide bel in het stadion, een paar keer achter elkaar. Het stadion begon te trillen. Iedereen stampte met de voeten. Hij zag een luik aan de rand van het veld opengaan. Overal stonden mensen op. Even later brak er een oorverdovend applaus en gejuich los. Snel krabbelde hij overeind en ging hij op zijn stoeltje staan. Hij hield zich krampachtig aan zijn vaders schouder vast. Een lang lint van spelers rende het veld op. Hij herkende direct het rood-wit-zwart van Feyenoord, en voor hij het wist klapte en schreeuwde hij mee. Namen schalden uit de luidsprekers boven zijn hoofd. Sommige herkende hij, andere helemaal niet. Het geluid in het stadion zakte langzaam weg. De spelers stonden stil, her en der verspreid over het veld. Na een snerpend fluitje kwam er ineens beweging in het stilleven. De tijd vloog voorbij. Liederen, spreekkoren, fluitconcerten, woedend geschreeuw, gevolgd door uitbundige aanmoedigingen, de kleuren, de bewegingen, alles droeg bij aan Ricardo's gevoel dat hij in een heel andere wereld vertoefde, een gevoel dat alleen kort onderbroken werd door de pauze, waarin hij nog even met zijn vader een beker cola ging halen in die grote zaal onder de trap. Met een gevulde koek erbij, deze keer. Hij antwoordde wel als zijn vader wat tegen hem zei, maar hij had achteraf geen flauw idee meer waar het over ging. Alles wat hij kon doen was kijken, luisteren, ruiken, ondergaan. Na het laatste fluitsignaal stond iedereen in het stadion op. Een applaus klaterde van de tribunes naar beneden. Ricardo voelde dat hij werd opgetild. 'We doen het even zo,' stelde zijn vader hem gerust. 'Dan raak ik je niet kwijt in het gedrang'. Aan het einde van de rij liep zijn vader de trap op. Bijna bovenaan keek Ricardo nog eenmaal over de schouder van zijn vader in de peilloze diepte. Hij kon nog net een rij felgekleurde poppetjes midden op het veld zien zwaaien, gevolgd door een laatste applaus. Net toen hij terug wilde zwaaien voelde hij een ijzig koude wind in zijn nek. Ze stonden bovenaan de trap aan de buitenzijde van het stadion. Ricardo keek over de rand naar beneden en klemde zich goed vast. Brrr, hoog! Koud! Hij drukte zijn neus in de warme rood-witte sjaal om de hals van zijn vader. 'Straks hebben we lekker erwtensoep thuis,' zei zijn vader. 'Mamma zit al te wachten'. Ricardo hoorde het nog net, maar kon niet veel meer uitbrengen dan 'Hmmm.' Halverwege de trap was hij in slaap gevallen, de muts scheef op zijn hoofd. © Ben C. O. Grimm
Dit verhaal mag vrijelijk worden gereproduceerd (alleen in volledige en ongewijzigde vorm) in aan Feyenoord gerelateerde publicaties, zoals websites en fanzines (op Internet en in druk), mits onder vermelding van de officiële titel (Ricardo en de Kuip) en de volledige naam van de auteur (Ben C. O. Grimm). Een verwijzing naar deze website (http://www.bengrimm.net/) is niet vereist, maar wordt op prijs gesteld. Voor enigerlei commercieel gebruik (zoals opname in verhalenbundels of in commerciële Feyenoordpublicaties zoals jaarboeken en standaardwerken) is wél toestemming vereist. Het contactadres hiervoor is publicaties at bengrimm punt net. Ik stel er prijs op van elke vorm van publicatie op de hoogte te worden gebracht en van gedrukte media een presentexemplaar te ontvangen. Neem hiervoor contact op met het bovenstaande emailadres. |