
Crombacher en de Cult
Author: Ben C. O. Grimm Title: Crombacher en de Cult Published: 28 October 1995 Newsgroups: nl.misc,nlnet.misc,euro.misc,soc.culture.netherlands
|
Crombacher en de Cult
Toelichting: Diverse nieuwsgroepen, waaronder nlnet.misc, werden enige tijd hevig geteisterd door ene Gerard Zwaan, die in de ban was geraakt van een nogal bezopen kosmische theorie. De aanhangers van deze theorie, waarbij een intergalactische boodschapper met de naam "Nancy" een centrale rol speelde, geloofden in een aarde met "persoonlijkheid", omgeven door "broeders" als kometen en andere planeten. De beweging noemde zich Zeta Talk. Na de zoveelste posting van Gerard Zwaan probeerde ik zijn sociale achtergrond en de positie van "Nancy" daarin wat nader te duiden. Met een zwierig, bijna triomfantelijk gebaar vulde Crombacher het ontbrekende woord in. Hij zuchtte eens en leunde tevreden achterover. Weer zo'n lastig Volkskrant-cryptogram tot een goed einde gebracht. Hij ontleende daar altijd een zekere trots aan, zeker wanneer hij het aan de leestafel van zijn buurtcafe kon laten merken aan de groep studenten, die met vereende krachten altijd weer hardop zat te twisten over de interpretatie van een opgave, terwijl Crombacher hun suggesties dankbaar verwerkte in zijn eigen oplossingen. Hij kon het niet laten de pagina open en bloot te laten liggen terwijl hij naar de bar liep voor zijn cappuccino. Terwijl het vertrouwde gesis en geborrel achter de toog in zijn oren klonk draaide hij zich half om en zag tot zijn niet geringe plezier dat de studenten bijna hun nek verrekten om zijn hanepoten ondersteboven te lezen. Hij kuchte even beleefd toen hij met zijn koffie terugliep. Snel stak het groepje de koppen weer bij elkaar en vermeed eenieder hem aan te kijken. Terwijl Crombacher verveeld het laatste melkschuim uit zijn kopje lepelde keek hij voor de tiende keer dat uur op zijn horloge. Nors constateerde hij dat zijn afspraak al bijna anderhalf uur te laat was. Hij twijfelde even tussen nog maar een cappuccino, een biertje, of gewoon opstappen. Hij wilde graag thuis zijn cryptogram uitknippen en daarna meteen op de brievenbus doen. Hij wist wel dat zijn kansen op het winnen van een prijs niet toenamen door deze snelheid, maar toch ... anders zou hij het maar weer vergeten. Net toen hij de krant in zijn plastic tasje, dat naast zijn stoel op de grond lag, wilde proppen voelde hij dat er iemand naar hem keek. Toen hij zich oprichtte keek hij in het vragende gelaat van wat waarschijnlijk zijn afspraak was. "Meneer Crombacher?". Crombacher knikte en wilde net uit beleefdheid opstaan, maar de ander gebaarde hem te blijven zitten. "Mijn naam is Zwaan," zei de nog staande bezoeker, "maar mijn vrienden noemen mij Gerard." Crombacher kon zich niet helemaal aan de indruk onttrekken dat deze Gerard helemaal geen vrienden had. Hij aanvaardde de uitgestoken hand. Deze voelde klam en slap aan en dat verraste Crombacher niet. "Ga zitten, Gerard," zei hij, en hij zag dat zijn bezoeker even glimlachte bij het horen van zijn voornaam. "Arme kerel," dacht hij en hij vroeg of hij iets te drinken moest halen. "Een glas water," zei Gerard. Crombacher hield zijn blik neutraal en liep naar de bar. Twee weken eerder was Crombacher, die een matig lopende praktijk als prive-detective runde, telefonisch benaderd door een zekere Andersen, die zich had voorgesteld als vertegenwoordiger van een groep `verontruste Internet-gebruikers'. Meer wilde en kon deze Andersen niet zeggen, maar het geboden honorarium was uitstekend. Crombacher wist wanneer hij discreet moest zijn en vroeg niet verder naar de motivatie van deze `groep'. De opdracht was niet erg moeilijk: Crombacher moest onderzoek doen naar het verschijnsel `ZetaTalk' en dan in het bijzonder de persoon die zich in Nederland als vertegenwoordiger daarvan gepresenteerd had. Andersen wilde weten of er sprake was van een Scientology-achtige sekte of dat het slechts een eenling was die te veel fantasy-romans had gelezen. Met het verschijnen van Gerard Zwaan kon het onderzoek gaan beginnen. Crombacher zette het glas water voor Gerard neer en liep om de tafel heen. Tegelijk nam hij deze jongeman eens goed in zich op. Kalend, een bril met metalen montuur, begin dertig, gekleed als een eenvoudig kantoorklerk die een das moest dragen maar eigenlijk niet wist hoe hij overhemd en das qua dessin in smaakvolle overeenstemming moest brengen. Vrijgezel, dat straalde er vanaf. Misschien nog thuiswonend. Voordat hij ging zitten sprak Crombacher zichzelf even vermanend toe. "Passief opstellen, kwetsbaar, niet arrogant en uit de hoogte". Toen hij weer zat leunde hij voorover, de handen devoot gevouwen, de ogen teneergeslagen. Hij zweeg, alsof een groot verdriet hem plots had overvallen. Het sorteerde het gewenste effect. Van de andere zijde van de tafel bereikte hem een zacht "Heb je hulp nodig? Heb je me daarvoor gebeld?". Crombacher onderdrukte een triomfantelijke glimlach en bleef naar het tafelblad kijken, terwijl hij, met nauwkeurig geoefende trillende handen een sigaret uit het pakje haalde. Toen hij weer opkeek bood hij Gerard er ook eentje aan, maar deze weigerde met een licht afkeurende blik. "Nee," zei hij, "dat mag niet van Nancy". Nancy. Crombacher moest even nadenken. Ach ja, Nancy, de afgezante van de Zeta's. "Nee, geduld, geduld!" vermaande Crombacher zichzelf net op tijd. Hij stak zijn sigaret op en vroeg Gerard zachtjes of deze hem kon helpen met zijn problemen. "Ik ben mezelf kwijt en mijn vrouw is ervandoor met een andere vrouw," fluisterde Crombacher, "terwijl mijn zoontje thuis huilt van de honger." Even twijfelde hij of hij het niet te zwaar aanzette. "Je bent aan het goede adres," zei Gerard, "ik ben een Service-to-Other Zeta, getraind om je te helpen. Maar niet hier. Hier zijn het allemaal Service-to-Selfs, die hebben het alleen maar slecht met ons voor. Kom." Het was jaren geleden dat Crombacher op de bagagedrager van een fiets had gezeten en het duurde niet lang of hij kreeg weer dat ellendige verkrampte gevoel omdat hij zijn voeten nergens op kon laten rusten. Gelukkig fietste Gerard stevig door op zijn afgetrapte brik, dat door het gewicht van de twee berijders vervaarlijk slingerde. Crombacher hoopte dat het frame niet plotseling zou breken, want met zijn wapperende benen ter weerszijden van de gammele bagagedrager kon het alleen maar slecht aflopen. Dit werd nog verergerd doordat het corduroy colbertje van Gerard bij elke windvlaag in zijn gezicht terecht kwam. En dat colbertje rook bepaald niet fris. Een beetje muf en zurig. De mouwen waren bij de ellebogen tot op de draad versleten. Net toen Crombacher weer een scheut in zijn liezen voelde en wilde vragen hoe lang het nog ging duren voelde hij Gerard naar de stoeprand sturen en afremmen. Crombacher stapte snel af en huppelde wat op en neer om het bloed weer door zijn benen te laten stromen. Gerard keek niet op of om en liep naar een verveloze deur. Crombacher keek eens naar de gevel en zag dat enige ramen waren dichtgetimmerd, terwijl er enkele huizen verder een wasrekje met felgekleurde slipjes buiten een opengeklapt raam hing. Gerard had ondertussen zijn fiets op slot gezet en draaide zich om. "We zijn er," zei hij, "je treft het. Nancy is op bezoek." "Bingo!" dacht Crombacher, die meteen weer een zorgelijke en onderdanige houding voorwendde. Met hangende schouders volgde hij Gerard naar binnen. "Duw de deur goed dicht," zei deze, "hij klemt nogal." Crombacher keek eens om zich heen. Hij stond in een hoog en vervallen voorportaal. Het rook er naar schimmel en een slecht onderhouden riolering. Hij sloeg Gerards voorstel tot het ophangen van zijn jas af, want die lucht zou er vast en zeker intrekken. "Goed," zei Gerard, "wat je wilt. We gaan naar boven." Een bijna eindeloos lange trap zonder stoffering strekte zich voor hem uit. Hij liet Gerard een paar meter voorsprong nemen en wilde net de eerste trede nemen toen hij volkomen werd verrast door een snerpende stem in zijn rechteroor. "Gerard!! Heb je nou alweer bezoek?!". Crombacher keek opzij en staarde in het gelaat van een duidelijk kortaangebonden oudere vrouw, die een vuile blik van hem naar Gerard en weer terug liet gaan. Achter haar kon Crombacher een keuken ontwaren, alwaar twee pannen vervaarlijke hoeveelheden stoom afbliezen. "Je weet toch dat we zo gaan eten? Ik heb niet gerekend op een derde persoon!!". Crombacher kon zich er met moeite van weerhouden zijn rechteroor af te dekken. Wat een oorverdovend stemgeluid! Toen hij naar Gerard keek, die zich halverwege de trap had omgekeerd, zag hij dat deze als een geslagen dier naar de vrouw keek. "S..s..sorry, mamma," zei hij, "deze meneer heeft het moeilijk en ik .." "MOEILIJK?!" krijste de vrouw, "jouw moeder zijn, da's pas moeilijk!!". "Ja, mamma," beaamde Gerard bedeesd. Crombacher besloot tussenbeide te komen om zijn opdracht niet in gevaar te brengen. "Mevrouw," sprak hij onderdanig, "het is maar voor even. Ik blijf echt niet eten. Ik wil alleen maar even met Gerard praten. Daarna ga ik meteen weer weg." De vrouw draaide zich boos zwijgend om en stapte de keuken weer in. De deur viel met een akelige klap achter haar dicht. Crombacher liep snel, maar zo stil mogelijk, de trap op. Boven wachtte Gerard, die zich geen raad wist met zijn houding, hem op. "Zachtjes", fluisterde hij, "hier gaan we naar binnen." Crombacher volgde hem naar een deur waaraan de klink ontbrak. Door het gaatje scheen een zacht licht. Gerard zette zijn schouder tegen de deur, die moeilijk openging, omdat de onderkant langs het tapijt schuurde. Binnen in de kleine kamer was het klam en benauwd. Het venster, dat beslagen was en uit leek te kijken op een blinde muur, zat potdicht. De naden waren met een dikke laag beige verf afgesloten. Gerard schoof snel een sok onder zijn bed en haalde een vergeelde Donald Duck van een stoel. "Ga hier maar zitten," zei Gerard, "Ik zal je laten kennismaken met Nancy, die speciaal vandaag naar de aarde is gekomen om mij te bezoeken. Ik weet zeker dat zij je kan helpen. Zij lost alle problemen op. Wacht maar." Crombacher veegde even met zijn hand over de zitting van de stoel en ging met nauw verholen afkeer zitten. Gerard verdween achter een gordijn, die een kleine nis leek af te schermen van de rest van de kamer. Crombacher nam de gelegenheid te baat om de kamer eens goed in zich op te nemen. Op een tafel bij het raam stond een computer. Naast het beeldscherm een stapeltje boeken met een bibliotheeksticker op de rug van de kaft. Hij leunde in de richting van de stapel om de titels te kunnen lezen. `De sterren hebben geheimen', `Het grote Kijk-Planetenboek', `De Wondere Wereld van Zeta Reticuli' en iets van Isaac Asimov. Verder een plakplaatjesboek van Star Trek en `Internet voor Dummies'. De muren waren kaal, op een grote verschoten poster van Elton John en Kiki Dee na. Aan de deur hing een klein plankje met twee medailles er opgespijkerd. Crombacher stond op en liep er naartoe. `10 kilometer wandeltocht, 1-7-84' stond er op de grootste van de twee medailles. Op de andere kon hij met moeite `Sterrenwacht Houten, derde prijs' ontwaren. Welke prestatie daar tegenover had gestaan kon Crombacher niet ontdekken. Hij ging weer zitten en wachtte af wanneer Gerard zich weer zou vertonen. Het was doodstil achter het gordijn. Crombacher spitste onbewust zijn oren. Wat was dat? Hij hoorde iets, maar kon het niet goed plaatsen. Het leek op gehijg, een reeks korte en amechtige zuchtjes. Hij werd opgeschrikt door een kort jankend geluid, onmiddelijk gevolgd door een onderdrukt "Sssssst!". "Gerard?", riep Crombacher, maar niet te hard. "Jaja, ik kom eraan", klonk er gemoffeld vanachter het gordijn. Crombacher pakte een sigaret en wilde net opsteken toen Gerard met een rood hoofd achter het gordijn vandaan kwam. "Nee, niet roken," zei hij, "Nancy is dat op haar planeet niet gewend." Crombacher stopte de sigaret weer terug in het pakje, maar kon niet laten te vragen wat er nu ging gebeuren. "Ik ga nu in trance," zei Gerard, "en Nancy zal via mij tot je spreken". "Hoe werkt dat dan?" vroeg Crombacher. "Ik heb een genetisch implantaat in mijn hersenen," sprak Gerard in alle oprechtheid. "Dat is tijdens mijn slaap geplaatst, want ik ben uitverkoren om Nancy in Nederland te vertegenwoordigen." Meer dan een "Jaja.." kon Crombacher er niet uitbrengen. Gerard knielde naast Crombachers stoel en sloot de ogen. Daarna leunde hij voorover. Hij legde zijn voorarmen op de grond, met de ellebogen tegen zijn knieen, de gestrekte handen tegen elkaar. Na een korte stilte begon Gerard een zoemend geluid te produceren, dat ongeveer een minuut aanhield. Daarna zei Gerard, nog steeds in voorovergebogen positie: "Stel je vraag maar aan Nancy. Zij zal je antwoorden." Crombacher kon niet veel meer verzinnen dan "Wie is Nancy en wat doet zij op aarde?". Gerard zei vervolgens: "Ik moet nu dieper in trance, want ik voel dat Nancy nog niet helemaal aan de aarde is gewend. Ik ontvang haar maar moeilijk. Vijf minuten. Heb geduld." Gerard hervatte het zoemen. Crombacher schoof ongeduldig heen en weer op zijn stoel. Wat zat er toch achter dat gordijn, wat was dat gehijg van daarnet? En dat korte jankende geluid? Hij keek neer op de rug van Gerard, die ingespannen aan het zoemen was, af en toe onderbroken voor het ademhalen. Crombacher kreeg er al gauw genoeg van en stond zachtjes op. Hij keek even opzij naar Gerard, maar die was nu geheel opgegaan in zijn gezoem, terwijl hij zachtjes heen en weer wiegde. Die zou vast helemaal niets merken. Voorzichtig naderde hij het gordijn. Niet wetend wat hem te wachten stond trok hij het langzaam opzij. Het spaarzame licht van de kamer viel de nis binnen. Crombacher haalde opgelucht adem en lachte binnensmonds. Op een stoel zat Nancy, wit haar met een blauw strikje erin. Pientere oogjes. Een schattige Yorkshire Terrier. Crombacher aaide haar zachtjes en legde de vinger tegen zijn lippen om het beestje het blaffen te ontmoedigen. Met de andere hand pakte hij het kleine labeltje aan de halsband beet en hij boog zich voorover om het te lezen. "Nancy Zwaan. Anjerstraat 14". Crombacher richtte zich weer op, keek nog eens om naar de steeds luider zoemende Gerard en liep zachtjes naar de deur, die hij met enige moeite opende. Hij liep omzichtig de trap af, terwijl het gezoem langzaam naar de achtergrond verdween. Net toen hij via het voorportaal naar de buitendeur wilde stappen ging de keukendeur open. Voordat Gerards moeder Crombacher met haar stemgeluid tegen het behang kon plakken zei deze: "Uw zoon komt zo naar beneden om te eten, mevrouw. Het is een aardige jongen. U boft maar met zo'n zoon." De moeder zweeg verbaasd. Net voordat hij de buitendeur achter zich dichttrok draaide Crombacher zich nog eenmaal om en zei: "Het ruikt heerlijk, mevrouw. Jammer dat ik niet kan blijven. Goedenavond!". © Ben C. O. Grimm |